Eline
Hoofdstuk 15
Eline schrijft me op Facebook na een vakantiepost. Ik heb een huis gehuurd in Toscane, dat doe ik elke zomer, dan komt iedereen die wil. Vrienden. Vrienden van vrienden. Iemand van werk die ik aardig vind. Ik post foto’s. Een terras met wijn. Mats en Fien in een zwembad. Jeanette die lacht.
“Wat ben jij toch een mooi mens.” Of iets in die trant. Ik weet de exacte zin niet meer.
Ik ben gevleid. Iedereen is gevleid als iemand van drieëntwintig je dat schrijft. Ik schrijf terug. Ik ben goed in DM’en, een vaardigheid die niet op een cv past. We praten over een boek dat ze leest. Over haar studie. Over Italië. Ik ben zesenveertig en ik vind het een tijdje intellectueel.
Het is niet intellectueel.
Na de TIA heb ik een vraag waar ik geen antwoord op krijg. Of ik ermee kan leven. Of niet. Niet weten verteert. Ik lees boeken. The Ethical Slut. Polysecure. Een Nederlands boek met de ondertitel Liefhebben buiten de lijntjes dat ik in de Bijenkorf koop omdat ik het niet bij Athenaeum durf op te pakken. Ik onderstreep dingen. Ik wil de handleiding. Ik wil snappen hoe mensen dit doen zonder dat ze elkaar slopen.
Jeanette en ik formuleren regels. We zeggen “rules of engagement,” omdat dat in een van de boeken staat en omdat het in het Engels minder pijnlijk klinkt. Geen vrienden van elkaar. Geen ex-en. Niet thuis. Altijd vertellen. We schrijven het op een blocnote uit de la van mijn bureau. Ze tekent een hartje boven haar handtekening. Ik weet nog dat ik dacht: dit is bizar, wat zijn wij goed samen.
Met Eline spreek ik af in een hotel bij Schiphol. Het Hilton. Zij kiest het. Ik weet niet meer of ik dat raar vond, Schiphol, in een hotel dat vooral bestaat voor mensen die ergens anders heen moeten. Achteraf snap ik het beter.
Jeanette weet het niet. Ik zeg niks. Ik werk die ochtend, we spreken ‘s middags af.
Eline is een meter achtenvijftig. Ik ben bijna twee meter. Ik ben drieëntwintig jaar ouder dan zij. Als ze me in de lobby ziet begint ze te giechelen. Ze heeft een rode jas aan met een capuchon. Dat sprookje.
De seks lukt maar matig. Dat is het juiste woord. Matig. Ik denk de hele tijd aan Jeanette. Eline heeft duidelijk daddy issues. Ze wil dat ik dingen zeg, dat ik dingen doe, dat ik harder ben dan ik ben. Ik ben geen daddy. Ik ben een man van zesenveertig die op zijn rug ligt in een Hiltonkamer bij Schiphol en aan zijn vrouw denkt.
Achteraf, in de auto over de A4, denk ik: het is gebeurd.
Geen schuld. Geen euforie. Ik luister naar Radio 1. Bij een tankstation haal ik koffie en een frikandel. Ik kauw.
Ik denk: ik kan Jeanette straks niks meer verbieden. Top.
Een paar dagen later vertel ik Jeanette dat Eline wil afspreken.
We zitten aan tafel. Het is na half negen, de kinderen liggen. Ze knikt. Ze zegt: “Stel je voor dat ik mee zou doen.”
Zo wordt het bedacht.
We spreken af op de Van Eeghenstraat. Eline komt. Ze heeft een fles wijn meegenomen die te duur is voor wat ze verdient en te goedkoop voor de keuken waar hij in komt. Jeanette zet hem op de marmeren bar. We zitten op de bank. Eline tussen ons in. Het is even ongemakkelijk. Iedereen weet wat de bedoeling is en iedereen wacht.
Dan neemt Jeanette het voortouw. Dat doet Jeanette. Dat is een eigenschap die ik altijd mooi aan haar heb gevonden en die me die avond opbreekt. Ze begint Eline te zoenen. Ik kijk.
We belanden in de slaapkamer. Ik kan niet alles meer terughalen. Ik weet dat Eline iets met Jeanette doet en dat Jeanette het lekker vindt. Ik kijk. Ik doe dingen. Ik weet niet meer welke.
We vallen in slaap. Met zijn drieën. Lepeltje lepeltje. Eline in het midden.
Slaperig zeg ik iets. Ik weet niet meer tegen wie. Tegen Eline, denk ik. Ik denk dat ik van je hou. Iets in die trant. Ik weet niet eens of het die exacte woorden waren.
Ik hou niet van Eline. Ik hou van hoe het voelt als iedereen gelukkig is. Maar ik zeg het. En Jeanette hoort het.
Ik val opnieuw in slaap. Ik heb het niet door. Sukkel.
Ik word wakker om zes uur. Het is licht boven het Vondelpark. Eline ligt naast me. Jeanette is er niet.
Ik hoor iemand huilen. Hard. Iemand die niet probeert het in te houden.
Jeanette zit op het balkon, in een T-shirt van mij, met haar voeten op het hek en een sigaret tussen haar vingers. Aan de peuk steekt ze de volgende aan. In de asbak liggen er al meer. Ze huilt en ze rookt en ze kijkt naar het Vondelpark.
Ik ga naast haar zitten. Ik probeer mijn hand op haar been te leggen. Ze schudt me weg.
Ik begrijp het niet. Dat is later voor mij het ergste, dat ik het op het moment zelf niet wist. Dat ik tegen haar zei “wat is er, schat” alsof er iets was dat ik kon oplossen, alsof ik nog een man was die troost kon brengen.
Ze legt het uit. Ze zegt het zonder te schreeuwen. Ze zegt wat ik gezegd heb. Het zou misschien beter zijn als ze schreeuwde.
Ze wil dat Eline weg gaat. Maar eerst biedt ze haar een ontbijt aan. Dat is Jeanette ten voeten uit, ze zet zelfs de mensen die ze de deur uit wil hebben eerst aan tafel met thee en een ei.
We zitten met zijn drieën aan de marmeren bar. We eten brood. Pickwick. Niemand zegt iets.
Eline doet na het ontbijt yoga in de woonkamer. Heel opzichtig. Ze zegt iets over chakra’s. Ze gaat in lotushouding zitten en ademt diep en mediteert tussen ons en de keuken. Ze zegt op enig moment het woord vibratie. Ik kijk naar Jeanette. Jeanette kijkt strak naar de tafel.
Ik heb later veel van Eline willen maken. Een type. Een vrouw die dit vaker deed.
Maar Eline lag erbij. Ík had haar uitgenodigd.
Eline gaat. Jeanette en ik blijven zitten.
“Ik gun je een vriendinnetje,” zegt Jeanette. “Als je mij ook een vriendje gunt.”
Het klinkt eerlijk. Het klinkt redelijk. Het klinkt als een ruil. Het klinkt als wat we al twaalf jaar formuleren met steeds andere woorden.
Iets klopt niet. Ik kan niet zeggen wat. Ik knik.
Eline is verliefd. Eline is verliefd op de manier waarop iemand van drieëntwintig verliefd is op een man van zesenveertig die haar Italië uitlegt. Ze zet me onder druk. Ze wil meer. Ze wil ook op de eerste plaats. Ze wil dat ik vader speel, niet metaforisch. Daddy. Ze wil dat ik haar sla. Niet zachtjes. Hard. Ze legt uit hoe.
Ik weiger. Ik kan dat niet. Ik wil dat ook niet. Ik kan een meisje van drieëntwintig niet slaan, ook niet als ze het vraagt. Ik kan Mats niet slaan, ik kan Fien niet slaan, ik kan niemand slaan. Ze zijn allemaal kinderen, denk ik dan. Dat is een gedachte die me niet loslaat.
Toch spreken we vaker af. Met medeweten van Jeanette. Rules of engagement.
Eline en ik gaan een weekend weg. Jeanette zoekt het kasteeltje uit. Ergens in de Ardennen. Ze laat me de booking.com-pagina zien. Mooi tweepersoonsbed, zegt ze. Romantisch. Ze klinkt als een reisbureau-medewerker.
Ik kijk naar de foto’s en denk: dit is wat een man met zijn vrouw doet. Niet met een 23-jarige minnares.
Ik wil dat Jeanette zegt: nee, je moet niet gaan, blijf bij mij. Maar Jeanette zegt het niet. Jeanette zoekt het kasteeltje. Jeanette pakt mijn weekendtas in.
Pas later, veel later, snap ik wat ze deed. Ze duwde me een uitweg in. Niet voor mij. Voor haar. Als hij gelukkig is met iemand anders, kan ik bij hem weg. Dat is wat ze moet hebben gedacht. Of gehoopt.
Ik heb het toen niet gezien. Ik wilde dat ze me tegenhield. Maar ze pakte mijn shirts in. En ik ging.
Na drie maanden maak ik het uit met Eline. Bij een Italiaans restaurantje op de Beethovenstraat. Ik kies voor Italiaans omdat zij van Italië houdt. Dat is iets wat ik later raar vind.
Eline maakt het me moeilijk. Ze huilt. Ze schreeuwt. Ze stuurt berichten. Ze stuurt veel berichten. Ze noemt me een smerige klootzak. Ze noemt me lieverdje. Ze appt met Jeanette. Allemaal in dezelfde week.
Ik ben bang. Niet voor haar. Voor wat ze van mij kan maken. Ze is drieëntwintig, ze is verliefd geweest, ze heeft me verteld over haar vader, ze heeft me verteld dat niemand haar serieus neemt. Ik zie de krantenkop voor me. Man (46) uit Amsterdam Oud-Zuid misbruikt jonge vrouw. En ik denk: ik zou het zelfs een beetje kunnen begrijpen.
Jeanette is er in die periode niet echt.
Ze is verliefd. Op een vriend van mij. Hij heeft een vriendin met wie hij gelukkig is. Jeanette weet dat. Maar Jeanette is verliefd.
Op een avond. Mats heeft pasta gevraagd, Mats vraagt altijd pasta. Ik snij ui. Jeanette komt naast me staan. Ze zegt niks. Ze raakt mijn arm aan en gaat weer weg.
Later, in bed, kijk ik naar haar. Hij was mee geweest naar Toscane. Ze hadden lange gesprekken. Op een avond op het terras had hij met haar geflirt, niet hard, maar genoeg dat ik het zag. Ik was vroeg naar bed gegaan. Ik had ze daar achtergelaten. Er was niks gebeurd.
Ik kijk naar Jeanette en ik besluit iets.
Ik wilde een antwoord op mijn vraag.
Zo zou ik het krijgen.

